De techniek van het schieten/afstellen Boog

Start/index !Home) pagina van V.N.A. klik HIER

Klik op een onderwerp hier onder, waar u meer over wenst te weten.

 Alles over compound schieten HIER

De Techniek van de voorbereiding klik HIER

 De Thera-band methode voor de bovenrug klik HIER

 De Sling, welke te nemen? klik HIER

 De pijl, welke pijl is de juiste? klik HIER

Reglement natuur handboogschieten 3D Klik HIER

Terug naar de startpagina van de V.N.A site(Home). klik HIER

    

Handboogsport: Voor iedereen! klik HIER

De boog opspannen, klik HIER        

 Afstellen boog met Kale pijl methode, klik HIER

Recurve af stellen Vic Berger methode klik HIER

De recurve boog afstellen Erik Sanders, klik HIER

De recurve boog goed afstellen, klik HIER

Verder alles over de boog, vizier, handgreep, stabilisatie, enz klik HIER

In tien stappen aantrekken, richten, lossen enz, klik HIER

Handboogsport: materiaal, klik HIER

Field: Klik HIER voor een cursus veldschieten.

terug naar boven

 

Leuk filmpje

Er is 1 filmpje te bekijken van een  lid van VNA. Klik HIER om deze te zien van Edgar. Ik heb het

filmpje zelf gemaakt met camera op statief. Dus 1 keer schutter en 1 keer de pijlen gefilmd. Na

het nieuwe blazoen, alles opnieuw.

terug naar boven

Opspannen boog

 

Opspannen van je boog zonder koord

Het opspannen van je boog is alleen veilig met een opspankoord. Hierbij zijn er 2 typen

 mogelijk, een top-top en een top-lat. Met beide is het veilig om een boog op te spannen.

Als je echter ooit eens een boog moet opspannen zonder koord doe het dan op

de onderstaande manier. Dit is de meest veilige van verschillende manieren.

Span een boog NOOIT op zonder opspankoord en met de punt van de latten

naar je gezicht toe gericht!! Het is niet mogelijk om een longbow op deze manier op te spannen!

terug naar boven

10 Stappen

Stap 1, De stand (menu)

  • Zet je tenen tegen de denkbeeldige lijn naar het midden van het doel

  • Zet je voeten aan weerszijden van de schietlijn.

  • Zet je voeten ongeveer op schouderbreedte uit elkaar.

  • Ga ontspannen staan

       

Stap 2, De vingerplaatsing (menu)

  • De pees wordt vastgehouden met de wijsvinger boven de nok en midden- en ringvinger eronder.
  • Haak de pees in tussen het eerste en tweede kootje van de vingers. Zorg ervoor dat de pees niet van de vingers afrolt.

         

 

Stap 3, Het plaatsen van de booghand (menu)

  • De druk van de boog op de hand moet worden opgevangen met de muis van de booghand op de in de figuur aangegeven druklijn.
  • Ontspan je vingers. De bovenkant van de hand moet een hoek van ongeveer 45 graden met de boog maken.
  • De (toppen van) duim en wijsvinger mogen elkaar ontspannen raken.

          

    

Stap 4, het strekken van de boogarm (menu)

  • Breng de boogarm op schouderhoogte.

  • Draai de elleboog van de boogarm weg van de pees.

       

 

Stap 5, het uittrekken van de boog (menu)

  • Trek de pees vlak langs de boogarm, in een rechte horizontale lijn naar het ankerpunt.
  • Het trekken moet gebeuren met de rugspieren, hierbij bewegen de schouderbladen naar elkaar toe.
  • Blijf ontspannen en rechtop staan.
  • Houdt beide schouders zo laag mogelijk.

              

Trek de pees vlak langs de boogarm

tap 6, Het ankeren (menu)

  • De pees moet het midden van neus en kin raken.

  • De wijsvinger van de trekhand moet onder de kin worden geplaatst.

  • Houdt de tanden op elkaar.

 

Stap 7, het vasthouden (menu)

  • Houdt de rugspieren onder spanning.

  • Booghand, trekhand en elleboog moeten één rechte lijn vormen.

  • Houdt beide schouders zo laag mogelijk.

 

 

Stap 8, het richten (menu)

  • Richt met je dominante oog. Houdt beide ogen open.

  • Houdt het vizier op het richtpunt

  • Lijn de pees iets rechts uit van het vizier.

 

Stap 9, het lossen (menu)

  • Blijf de schouderbladen naar elkaar toe trekken, terwijl je de vingers van de trekhand ontspant.

  • Een ontspannen booghand gaat vanzelf naar achteren.

  • Ontspan ook de booghand. Laat de boog uit je handen vallen als je een sling om hebt.

 

Stap 10, Het narichten (menu)

  • de trekhand moet zich ontspannen, bij of achter de nek bevinden.

  • Blijf richten tot nadat de pijl de schijf heeft geraakt.

 

terug naar boven

Handboogsport: materiaal

Moderne bogen zijn meestal niet meer helemaal van hout gemaakt: vooral carbon, aluminium en glasfiber zijn veelgebruikte materialen. Ook pijlen worden van carbon en aluminium gemaakt. Hierdoor kunnen ze met meer precisie over een grotere afstand worden geschoten dan vroeger, toen men nog met houten materialen schoot. Hoewel er een beweging is in de sport die de traditie van het schieten met hout voortzet, is het materiaal van de meeste handboogsporters tegenwoordig uiterst geavanceerd. Zo zijn de meeste bogen uitgerust met stabilisatoren en vizieren om tot optimale resultaten te komen.
Ook bogen verschillen van elkaar. Grofweg zijn er twee verschillende type bogen: de recurveboog en de compoundboog. De recurveboog is een lange, ietwat sierlijke boog. Hoe verder een recurveboog wordt uitgetrokken hoe groter de trekkracht moet worden om de boog uit te trekken. Op de Olympische spelen wordt met deze boog geschoten. De compoundboog is een boog die pas in de jaren zestig is uitgevonden. Door een ingenieus katrollensysteem neemt de trekkracht af naarmate de boog verder wordt uitgetrokken. Hierdoor kan deze boog gemakkelijker gehanteerd worden en is een grotere precisie mogelijk. U heeft voor ongeveer €150 al een starterspakket, dat later aangepast kan worden, zodat de boog precies bij uw schietstijl en opgedane ervaring past.

Handboogsport: Voor iedereen!

Handboogsport heeft een heel erg grote aantrekkingskracht op de jeugd. Wie heeft er nu nooit gedroomd om net zoals Robin Hood te schieten. Daarnaast is het goed voor de ontwikkeling van de lichamelijke coördinatie en het concentratie vermogen van een kind. Handboogsport is een sport die nog goed te leren is op oudere leeftijd. Het is geen ingewikkelde sport. U zult vele senioren aantreffen bij verenigingen in uw buurt! Gezelligheid speelt van oudsher een belangrijke rol in de sport en nu nog steeds.
Ook is handboogsport een uitstekende sport voor mensen met een lichamelijke beperking. De sport is een goede manier om de romp-, schouder- en armspieren te trainen. Bovendien een van de weinige sporten waar met een lichamelijk beperking op volledig gelijkwaardige basis aan de competitie deelgenomen kan worden! Daarnaast zijn er met grote regelmaat Europese- en wereldkampioenschappen, en natuurlijk de paralympische spelen! Kortom, handboogsport is een sport die zich door haar grote aanbod aan competitievormen leent voor iedereen. Jong, oud, man of vrouw, iedereen kan samen en naast elkaar de handboogsport beoefenen. Het is dus een echte familiesport.

terug naar boven

Kale pijl methode

Schiet 3 geveerde pijlen en een kale pijl. Op de plaats waar de kale pijl valt ten opzichte van de andere 3 pijlen kan men zien wat men moet afstellen. Hoe verder men van het doel staat hoe nauwkeuriger de afstelling wordt maar het is aan te raden om niet verder dan +/-25 meter van het doel af te gaan.

Vlucht pijl:   

 

-          Nokpunt staat te laag (Oplegger staat te hoog). 

-          Ponden bovenste lat verhogen (onderste lat verlagen)

 

         

-          Nokpunt staat te hoog (Oplegger staat te laag).

-          Ponden onderste lat verhogen (bovenste lat verlagen)

 

 

Is het zo dat de kale pijl meer dan 20 tot 25 cm van de groep valt dan is het aan te raden om een andere schacht te kiezen. Dit schietbeeld is voor een rechtshandige schutter. Voor linkshandig is het net andersom (valt kale pijl links van de groep dan is deze te slap).

Vlucht pijl:       

     

 

Pijl reageert te slap.

-          Spanning button verhogen.

-          Stijvere pijlen gebruiken (lichtere punt, inkorten).

-          Trekgewicht verminderen.

-          Vast drukpunt naar achteren verplaatsen

 

     

 

Pijl reageert te stijf.

-          Spanning button verlagen.

-          Slapper pijlen gebruiken (zwaardere punt).

-          Trekgewicht verhogen.

-          Vast drukpunt naar voren verplaatsen.

 

  • Voor linkshandige schutters moet men de afstellingen omdraaien
    (geld niet voor nokpunt)
  • De boog

    Soorten

    Vroeger werden de bogen uit hout gemaakt. Deze waren nauwkeurig op korte afstand maar hadden een klein vermogen. Ze waren zeer kwetsbaar en weinig bestand tegen regelmatig en langdurig gebruik. Ze boden weinig weerstand tegen de wisselende weersomstandigheden en temperatuurschommelingen.

    In de laatste 30 jaar is de boog-bouwtechniek er sterk op vooruit gegaan. In het begin schoot men met de longbow, gemaakt uit taxushout. Na de 2de Wereldoorlog kwam de Zweedse stalen boog op de markt. Hij bestond uit 2 delen. Deze boog had het nadeel nogal stug te zijn bij het spannen en het uittrekken.

    Geleidelijk is men andere materialen gaan gebruiken zoals hoorn, metalen... De opkomst van glasvezel, polyester en epoxyharsen heeft een zeer grote omwenteling in de fabricage veroorzaakt.

    De glasvezelbogen zijn goedkoop en hebben een groot vermogen. Tevens zijn ze bestand tegen alle weersomstandigheden. Ze hebben één nadeel: bij het loslaten van het koord ontstaat een grote vibratie die de vlucht van de pijl nadelig kan beïnvloeden.

    terug naar boven

    Door langdurig onderzoek is men erin geslaagd de voordelen van de houten en de glasfiberboog te combineren door de uitvinding van de compositieboog. Hier wordt een laminaat van hout, peesvezel en hoorn gebruikt. Nu bestaat hij uit een laminaat van edelhout en glasvezel gedrenkt in diverse harssoorten.

    Dit type

    • Is accuraat.
    • Heeft een hoog vermogen.
    • Is bestand tegen langdurig gebruik en extreme weersomstandigheden.

    De handgreep werd een kolfvormige greep en het centrum van de boog werd veranderd zodat de schutter niet meer tegen de boog aankeek maar door een daartoe uitgespaard gedeelte. Het tweede groot voordeel is dat de pijl meer in het centrum van de boog ligt. Door het gebruik van dit type boog zijn de scores opvallend gestegen.

     

    Ook naar de vorm kan men verschillende soorten onderscheiden.

    • Rechte boog: recht middenstuk en rechte werparmen.
    • Reflex boog: middenstuk en/of werparmen gebogen van de koord weg.
    • Deflex boog: middenstuk en/of werparmen gebogen naar de koord toe.
    • Duoflex boog: combinatie van reflex en deflex boog.

     

           
         
      De recente ontwikkeling bracht de demonteerbare boog (illustratie links) op de markt: de werparmen kunnen vervangen worden en de boog kan gemakkelijk vervoerd worden.

    Een totaal ander type boog is de compoundboog (illustratie rechts).
    Door gebruik te maken van katrollen levert de boog meer werpkracht. Het aantrekken van de boog gaat in het begin erg soepel, in het midden wordt het stug en op het einde gaat het weer erg soepel, zodat je kan richten zonder veel spanning te trotseren.

     
     

    Beschrijving van de onderdelen van de boog

    DE WERPARMEN

    Aan het uiteinde bevindt zich de tip met een gleuf om de lus van het koord in te leggen. Net onder de tip is de recurve. (Vandaar de naam recurve-boog). Dit is een teruggebogen gedeelte om nog meer werpkracht aan de boog te geven. De werpkracht is afhankelijk van de lengte van de werparmen, de breedte en de dikte.                                  

    terug naar boven

    De treklengte is afhankelijk van de armlengte en de houding van de schutter. De treklengte bepaalt hoeveel kracht van de boog wordt gebruikt. Die lengte wordt bepaald bij uitgetrokken boog en bepaalt de booglengte.
    De treklengte wordt uitgedrukt in duim of inches, (1 duim = 2,54 cm) en wordt gemeten bij uitgetrokken boog ter hoogte van het rustpunt. Het is de afstand van het keeppunt tot aan de voorkant van de boog.

    Bij een treklengte van:
    24" hoort een booglengte van 60 tot 64"
    25-26" hoort een booglengte van 65 tot 66"
    27-28" hoort een booglengte van 67 tot 68"
    29" en + hoort een booglengte van 69 tot 70"

    De gepaste booglengte wordt in hoofdzaak bepaald door de koordhoek.

     

    Het is de hoek gevormd door het koord in het keeppunt wanneer het koord tot op de individuele treklengte is aangetrokken.

    Ideaal is een hoek
    tussen 125° en 135°.

     
     

     

    Ook het trekgewicht is een belangrijke eigenschap van de boog. Het wordt uitgedrukt in pond (pound) en getekend door een hekje (#) en wordt gemeten op een treklengte van 28" voor bogen tot 68" lang en 30" voor bogen van 70" lang. In het algemeen worden volgende trekgewichten voorzien:

    • Jongeren 15-25 #
    • Vrouwen 25-35 #
    • Mannen 30-45 #

    (1 # (lbs.) = 453 gr)

    Als vuistregel wordt aangenomen dat per verschil van 1" t.o.v. 28" +/- 2 # moet bijgeteld of afgetrokken worden. Iemand met een treklengte van 29" met een boog van 32 # heeft dus een werkelijke trekkracht van 34 #.

    HET MIDDENSTUK        

    terug naar boven

    Dit is het statisch onderdeel van de boog. Ook dit middenstuk bestaat uit verschillende onderdelen.

    Het venster

    Al naar gelang de plaatsing van het venster spreekt men van een rechtse of een linkse boog. Een linkse boog wordt gebruikt door mensen met een dominerend linkse oog en een rechtse boog door mensen met een dominerend rechtse oog. De test wordt in de uiteenzetting besproken.

    Het venster heeft het voordeel dat:

    • Het doel duidelijker wordt waargenomen.
    • De pijlsteun centrisch kan opgesteld worden.
    • Het gebruik van het vizier vereenvoudigd wordt.

    De pijlsteun

    De pijlsteun bestaat uit 2 onderdelen:

     

    • Het rustpunt: waarop de pijlschacht rust. Dit is meestal verstelbaar en soms is de elasticiteit ervan regelbaar.
    • Het drukpunt: geeft zijdelingse steun aan de pijlschacht.
      Er bestaan 3 types:
      - Het vaste drukpunt.
      - Het verplaatsbare drukpunt
      - Het verend drukpunt.
     

    De handgreep                   

    terug naar boven

    Dit is een kolfvormige uitsparing in het middenstuk, zodat ze aangepast is aan de anatomie van de hand.

    Het vizier

     

    Het vizier op de boog is gemaakt om beter te kunnen richten op het doelwit. De pijlpunt ligt boven de hand en het eind van de pijl zo'n 10 à 15 cm onder de kin. Omdat de pijl een parabool beschrijft moeten we hoger gaan richten om een bepaalde afstand te overbruggen.
     

    Daarom plaatsen we een vizier op de boog. Als we op korte afstand schieten (ongeveer 25 m) dan zien we dat de afstand tussen de vizierkorrel en de pijl ongeveer gelijk is aan de afstand kin - oog. Willen we dus verder schieten, dan zal het vizier moeten naar beneden gebracht worden omdat we hoger moeten mikken. De boogarm komt dus hoger.
    Als je bv. te laag schiet, wat moet je dan doen met je vizier?
    Nu kunt u zich ook voorstellen dat een krachtigere boog een kleinere parabool heeft en dat de snelheid groter is.

    Een vizier bestaat uit:

    • Een viziersteun.
    • Een vizierlineaal.
    • Een schuif met korrel of een ander mikmiddel.
      Die schuif moet zowel horizontaal als verticaal verplaatsbaar zijn op de liniaal.
    • Een vizierkap.

    Als we een vizier van een boog vergelijken met dat van een geweer, moeten we opmerken dat een boogvizier slechts 1 mikpunt heeft. Het tweede mikpunt is het ankerpunt onder de kin.

    HET KOORD                        

    terug naar boven

    Het koord wordt aan een grote trekkracht onderworpen. Bij het lossen van de pijl kan deze kracht oplopen tot 5 maal de kracht van de boog. Ze moet dus een grote trekweerstand hebben en een minimale rek vertonen. Meestal gebruikt men als grondstof Dacron, Kevlar, Fast Flight of Dyneema.
    Het aantal draden wordt bepaald in functie van:

    • De kwaliteit van de grondstof.
      vb.: Kevlar van 18 draden = Dacron van 10 of 12 draden
    • De kracht van de boog: hoe zwaarder de trekkracht van de boog hoe meer draden. Vb: Een Dacron koord van 10 draden is goed voor een boog van 30 tot 35 # en een koord van 14 draden dient voor een boog van 40 à 45 #.

    Het aantal draden bepaalt het gewicht van het koord. Een zwaar koord:

    • Is traag.
    • Gaat ver doorslaan.
    • Draagt weinig energie over.

    Om het koord aan de inkepingen van de boog te bevestigen is het van lussen voorzien. Die lussen zijn voorzien van wikkelingen met speciale draad om slijtage te voorkomen. De middelste wikkeling (trensing) dient om het midden van het koord te beschermen tegen slijtage door:

    • Het kepen van de pijl.
    • Het haken van de vingers.
    • Het slaan tegen de armbeschermer. 

      terug naar boven

    Het keeppunt bevindt zich op ongeveer 4 mm boven de haakse lijn neergelaten van op het rustpunt van de pijlsteun. Op dit punt moet de pijl telkens worden geplaatst. Om dit te markeren wordt het koord erboven en/of eronder belegd met draad, metaal of plastic.

    De koordlengte is het volgende belangrijk element.
    Praktisch moet een koord +/- 3" (1" =2,54 cm) korter zijn dan de lengte van de boog waarvoor ze geschikt is.

     

    De koordlengte bepaalt de spanhoogte. Dit is de afstand tussen het koord en het diepste punt van de greep. De spanhoogte bepaalt op welke plaats (tijdens de vlucht) de pijl het koord zal verlaten. De spanhoogte kan aangepast worden door het koord minder of meer te torsen (echter niet meer dan 10 torsies opdraaien).

    DE BALANS

    Om de gevolgen van de asymmetrische plaatsing van de greep en de pijlsteun op te vangen hebben de constructeurs de bovenste werparm van de boog een andere weerstand gegeven dan de onderste. Dit verschil noemt men de balans. De bovenmaat moet tussen 1/16 en 3/16" groter zijn dan de ondermaat.

    terug naar boven

     

     
    STABILISATIE 

    De laatste jaren is er een enorme opleving te zien in het gebruik van stabilisatoren. Echter is het zo dat het zinloos is dat een beginnende schutter van deze snufjes gebruik maakt. De aspirant-schutter moet eerst een eigen schietstijl ontwikkelen. Verder is het eveneens zinloos om stabilisatie te gebruiken wanneer je de boog onwrikbaar vasthoudt bij het lossen. Het eigenlijke doel van de stabilisatie is de vrijgekomen kracht van de werparmen na het schot, die zich voortzetten op het middenstuk te reduceren en zo betere pijlgroepering te bekomen. Het aantal en de hoeveelheid is afhankelijk van het type boog en van de schietstijl.
    Lange stangen geven een gunstige stabiliteit maar bij wedstrijden buiten zijn ze zeer windgevoelig.

    Ze worden gebruikt om 3 effecten te verminderen die tijdens het schieten optreden:

    • Het in trilling raken van de boog tijdens het richten.
    • De terugstoot en vibratie na het lossen.
    • Het ontstaan van een torsiebeweging in een boog.

    Volgens topschutters is het zo dat de boog recht naar voren moet springen omdat bij deze gewichtsverdeling de beste scores zijn behaald.
    Het is ook nodig om zoveel mogelijk het roterende effect dat bij het lossen ontstaat te beperken. Ook dit is enkel te bekomen door de juiste stabilisatorplaatsing.

    terug naar boven

     

    Recurve boog afstellen

    Vic Berger methode (recurve)  Ook bekend als 'inloop methode'
     






    Vizier wordt op 20-25 meter gezet en niet verplaatst. De schutter begint bij 5 meter en loopt telkens een paar meter achteruit.


















    Meestal zal men een combinatie zien van deze twee. Stel maar 1 ding tegelijk af!

     



    Tolerantie +/- 6 cm.

    Voor een linkshandige schutter moeten de afstellingen andersom zijn.

    terug naar boven

    terug naar de site

     

    Terug naar de site van V.N.A. klik HIER